Crisis

Kiva_logoCrisis bij de Mohawk, een tweeluik

Deel 1: gokken, smokkel en Warriors

Door: Hugo J. Vos

Akwesasne 1989: nachtelijke beschietingen, auto’s vol gewapende Mohawks die elkaar achterna zitten, wegversperringen en politie-invallen. Wat is er aan de hand? Waarom staan de Mohawks zo fel tegenover elkaar en de blanke overheid? De achtergronden van een conflict.

Akwesasne is één van de 3 reservaten van de Mohawk in Québec (zie kaartje). De Mohawk vormen een stam van de Irokezenbond. De andere 2 reservaten in Québec zijn Kahnawake (net ten zuiden van Montréal) en Kanesatake (ten westen van Montréal). Verder liggen er nog enkele reservaten verder naar het westen in Ontario en zijn er twee kleine gebieden in New York: Ganienkeh (dat in de jaren 1970 een reservaat is geworden, zie artikel in volgende Kiva) en Kanatsiohareke.

De Mohawk hebben een lange geschiedenis van onderlinge ruzies. Meestal werden die conflicten opgelost doordat de kleinste van de twee strijdende partijen vertrok en ergens anders een nieuw dorp bouwde. Zo zijn de 3 hierboven genoemde reservaten in Québec ontstaan: Mohawks die in de zeventiende eeuw Christelijk werden, trokken uit hun stamgebied weg en vestigden zich op reservaten in de Franse kolonie Canada.

Toen later de definitieve grenzen vastgelegd werden tussen de Verenigde Staten en Canada, kwamen de Mohawk aan beide zijden van de grens te wonen. De grens loopt zelfs dwars door het Akwesasne-reservaat heen! Daardoor hebben de Mohawk tot op de dag van vandaag met zowel de Canadese als de Amerikaanse regering te maken. Deze regeringen stellen elk hun eigen eisen aan de reservaten en het Indiaans bestuur daarvan. Dat dit tot conflicten leidde, zullen we in deze tweeluik over de moderne Mohawks merken.

Dat de meeste Indiaanse reservaten erg arm zijn, zal voor de Kiva-lezer(es) geen nieuws zijn. Akwesasne vormt geen uitzondering op deze algemene regel. Akwesasne is ongeveer 50 vierkante kilometer groot en telde in de jaren 1980 zo’n 8500 Mohawks. Met een gemiddeld jaarinkomen van 13.000 dollar hadden deze mensen geen vetpot. Traditionele manieren om aan extra eten of inkomen te komen werden steeds moeilijker: de industrie stroomopwaarts vervuilde de St. Lawrencerivier zó sterk dat de vis uit de rivier en het grondwater onder de akkers zwaar vergiftigd waren. Het was levensgevaarlijk om eigengevangen vis of zelfgeteelde groente te eten.

In 1981 leek het echter of er nieuwe kansen kwamen: het werd onder de Amerikaanse wet mogelijk voor Indianen om casino’s te openen (pas in 1988 kwamen er duidelijke regels met de Indian Gaming Regulation Act). Het reservaatsbestuur rook de mogelijkheid om de Mohawks economische zelfstandigheid te bieden en zette in 1985 het Mohawk Bingo Palace op. De deelstaat New York gedoogde dit casino, hoewel dit was opgezet zonder contact met het deelstaatbestuur. In de jaren 1950 is de bevoegdheid voor regelgeving voor Indiaanse reservaten in de staat New York van de federale overheid naar de deelstaatregering overgeheveld, vandaar dat de deelstaatregering hier officieel iets in te zeggen had. Om het casino voor gokkers uit de omgeving aantrekkelijk te maken, werd het prijzengeld al snel zeer hoog. Kerken en andere liefdadigheidsinstellingen mogen immers in de VS ook aan bingo doen, maar niet aan het zogenaamde ‘high stakes bingo’ met prijzen boven de $1.000,-

Het Mohawk Bingo Palace blijkt al snel succesvol voor zowel de uitbater als de stam. Het reservaatsbestuur krijgt flinke inkomsten van het gokpaleis: per maand $10.000,- of 51% van de jaarwinst (net wat hoger uitvalt). Al snel zagen ondernemende Mohawks als Tony Laughing en Eli Tarbell kansen om zelf ook rijk te worden. In 1987 stonden er inmiddels 7 casino’s. De 6 nieuwe casino’s hadden echter geen contract gesloten met het reservaatsbestuur en waren dus in principe illegaal.

Dit bleek pijnlijk toen het reservaatsbestuur na verkiezingen van samenstelling veranderde. Een kleine uitleg over het ingewikkelde bestuur van Akwesasne. Omdat het reservaat zowel aan de Amerikaanse als de Canadese kant van de grens ligt, zijn er ook meerdere besturen. Ten eerste is er een Canadese Band Council (van 12 mensen ) Sinds 1986 is dit bestuur hernoemd in de Mohawk Council (in dit artikel gebruik ik de oude naam voor een duidelijk onderscheid van het Amerikaanse bestuur). Daarnaast is er een Amerikaanse Tribal Council (van 3 mensen). Dit zijn de ‘moderne’ stambesturen die via westerse verkiezingen worden verkozen. Daarnaast fungeert op Akwesasne nog het traditionele bestuur, het Akwesasne National Council. Dit zijn traditionele leiders van zowel de Canadese als de Amerikaanse kant. Ze worden niet via verkiezingen gekozen, maar op de oude manier door de clanmoeders aangewezen (de clanmoeders zijn de oudste vrouwen binnen de clans waaruit de Mohawkstam van oudsher bestaat). Dit Akwesasne National Council heeft geen officiële macht en krijgt ook geen fondsen van de Canadese of Amerikaanse overheid. Wel heeft dit Council veel invloed, omdat ze gezag over het hele reservaat heeft en de steun heeft van de traditionele Mohawks.

In de jaren 1981-1987 raakten de Mohawks verdeeld over de positieve effecten van de casino’s. De ‘progressieven’ wezen erop dat de casino’s de mogelijkheid brachten van economische voorspoed, zowel voor de stam (dit benadrukte de Amerikaanse Tribal Council) als voor individuen (dit werd vooral door de eigenaren van de 6 illegale casino’s benadrukt). De meer traditionele Mohawks vreesden de negatieve effecten van snel geld: traditionele waarden zouden verdwijnen en de jeugd zou niet langer inzien hoe belangrijk het was om te werken voor je geld. Vooral leiders als Mike Swamp en Tom Porter van de Akwesasne National Council bracht deze zorgen naar buiten.

Na verkiezingen bleken ook de moderne stambesturen verdeeld te zijn. De (Canadese) Band Council kwam onder leiding van Mike Mitchell, een fervent tegenstander van de casino’s. Omdat de casino’s echter aan de Amerikaanse kant van het reservaat lagen, had de Band Council hier in principe niets over te zeggen. Ook de (Amerikaanse) Tribal Council raakte verdeeld. De Chiefs Lincoln White en David Jacobs waren voorstanders, maar Chief Harold Tarbell was een tegenstander. Tarbell werkte daarbij nauw samen met Mike Mitchell en de traditionele Akwesasne National Council.

In 1987 was de maat voor de traditionelen vol. Omdat er geen gokovereenkomst met de staat New York was gesloten en 6 van de 7 casino’s bovendien ook geen overeenkomst met het stambestuur gesloten hadden, waren de gokactiviteiten eigenlijk illegaal. Toen de traditionelen aan de FBI en de New York State Police vroegen om het gokken te beëindigen en de gokmachines in beslag te nemen, stemden dezen in. Bij een inval op 16 december werden meer dan 200 gokmachines in beslag genomen. In september 1988 en juni 1989 werd deze operatie herhaald en eind juni 1989 hadden de FBI en New York State Police ook plannen om enkele casino-eigenaren te arresteren wegens illegale gokactiviteiten.

Toen kwam er echter een kink in de kabel. De inmenging van blanke buitenstaanders riep verontwaardiging op bij een aantal jonge traditionele Mohawks. Dat de Mohawk onderling ruzieden was normaal in hun ogen, maar de inmenging van de blanke politie vonden zij een schending van de Mohawk-soevereiniteit. Dat het traditionele bestuur om deze interventie gevraagd had, zorgde ervoor dat zij ook dit traditionele bestuur verwierpen. Deze jonge Mohawks organiseerden zichzelf als de Mohawk Warrior Society. De Warrior Society had van oudsher de taak om de Irokese dorpen tegen vijanden te beschermen, desnoods met het leven van de Warriors zelf. De nieuw opgerichte Warrior Society zag het als zijn taak om Akwesasne te beschermen tegen de blanke politie-invallen.

Toen de FBI en de politie dus op 20 juli met 400 agenten opnieuw het reservaat op wilden, werden zij geconfronteerd met deze Mohawk Warriors die gewapend in auto’s rondreden en dreigden op de politie te schieten. De politie zette daarop wegversperringen op bij de (snel)wegen die het reservaat inleidden en de Warrior Society zette prompt haar eigen wegversperringen op. Even leek het tot schieten te komen tussen de Mohawks en de politie, maar vooral door de inzet van Kakwirakeron (Art Montour, zie foto) bleef het bij woordenwisselingen.

De Warriors werden door de politie als hulpjes van de casino-eigenaren gezien, maar dat waren zij niet. In de loop van het conflict zouden de Warriors wel voorstanders worden van het gokken, maar alleen omdat dat de (economische) onafhankelijkheid van Akwesasne dichterbij bracht. Vanzelfsprekend waren de casino-eigenaren wel blij met deze onverwachte hulp waardoor zij hun bedrijf konden voortzetten.

Na 11 dagen gaf de politie het op en droop af. Voor de traditionelen was dit onverteerbaar: een bende gewapende jongeren had ervoor gezorgd dat het wettelijke bestuur zijn taken niet kon uitvoeren! De Warriors begonnen zich bovendien als de nieuwe reservaatspolitie te gedragen met gewapende patrouilles en al (de officiële politie was aan Amerikaanse zijde in 1981 opgeheven na partij te hebben gekozen in een eerder conflict tussen de traditionelen en progressieven). Bovendien stemde het reservaatsbestuur in augustus 1989 alsnog officieel in met de 6 gokbedrijven.

Daarop begonnen de traditionelen zichzelf ook te organiseren en dezelfde tactieken toe te passen. Na enkele vruchteloze protestmarsen en het in brand zetten van één van de casino’s, was het tijd voor hardere maatregelen. Op 23 maart 1990 zette de traditionele factie eigen bewapende wegversperringen op bij de toegangswegen naar het reservaat. Het gevolg was dat de goktoeristen het reservaat niet meer opkonden. De casino-eigenaren en de Warriors waren laaiend! De daaropvolgende maand nam het geweld hand over hand toe. Huizen van Warriors of tegenstanders van het gokken werden ’s nachts beschoten, bij de wegversperringen werden mensen in elkaar geslagen en auto’s van Warriors en ‘anti’s’ achtervolgden elkaar met hoge snelheid door het reservaat. De Warriors zetten ondertussen hun eigen wegversperringen op in het reservaat, waar zij ‘verdachte’ auto’s met anti’s tegenhouden. De traditionelen probeerden met een beroep op dit geweld gouverneur Marino Combo te bewegen tot interventie. Deze had echter nog een levendige herinnering aan de felle tegenstand van de Warriors in juli 1989 en voelde niet voor nog een afgang.

Ook Grand Chief Mike Mitchell (van de Canadese zijde) hielp mee om de verwarring groter te maken. Eind april kondigde hij aan dat de situatie op het reservaat onhoudbaar was. Een lange karavaan met auto’s vol vrouwen en kinderen vertrok van het reservaat. De vluchtelingen werden opgevangen in het nabijgelegen stadje Coronaal. De Canadese autoriteiten overwogen nu om in te grijpen om de rust in ieder geval op het Canadese deel van Akwesasne te herstellen.

Op 1 mei 1990 deed de spreekwoordelijke druppel de emmer overlopen. Op het Canadese deel stierven tijdens een vuurgevecht 2 Mohawks. Door wie ze werden neergeschoten is nog steeds niet geheel duidelijk, maar het onderzoek van Rick Hornung (zie literatuurlijst) lijkt erop te wijzen dat ze per ongeluk door de traditionelen zijn geraakt. De Canadese autoriteiten overlegden razendsnel met de Amerikaanse politie. Die zocht contact met de Warriors en vroeg toestemming om de Canadese troepen naar het Canadese deel van Akwesasne te mogen begeleiden. De enige toegangsweg loopt namelijk via het Amerikaanse deel. De Warriors wilden zich graag vrijpleiten van de dood van de 2 Mohawks en wilden zich bovendien betrouwbare bestuurders betonen. Helaas werden zij gefopt. De honderden Canadese agenten werden vergezeld door vele Amerikaanse politie- en FBI-agenten. Binnen no time hadden zij het hele reservaat onder controle en namen zij talloze wapens in beslag. Tot ieders verbazing waren de Warriors te overrompeld om effectieve tegenstand te kunnen bieden.

Bovendien was er inmiddels een nieuwe crisis aan de gang die de aandacht van de Warriors opslokt: de belegering van de Indiaanse begraafplaats van de Kanesatake-Mohawks te Oka. Veel Warriors van Akwesasne waren inmiddels naar Kanesatake getrokken om daar hun hulp aan te bieden. Dat zorgde ervoor dat de gemoederen op Akwesasne enigszins bedaarden.

Harold Tarbell, de anti-gokstem in de (Amerikaanse) Tribal Council, werd bij verkiezingen begin juli 1990 vervangen door zijn pro-gok neef Norman Tarbell. De tegenstand tegen gokken leek overwonnen.

Ook gouverneur Cuomo veranderde van standpunt. Voor een aantal van zijn ambitieuze plannen had hij veel geld nodig. Hij besloot dat een deal met het reservaatsbestuur over de casino’s daarbij hielp. Als deze een deel van de winst als belasting afdraagt, zal hij de casino’s legaliseren. In 1993 werd de ‘Tribal-State Compact Between the St. Regis Mohawk Tribe and the State of New York’-overeenkomst gesloten. Deze overeenkomst legaliseerde enkele gokvormen en gaf de New York State Police jurisdictie op Akwesasne. In 1999 opende een nieuw stamcasino.

Vele traditionele Mohawks zijn gedesillusioneerd en houden zich verre van de verkiezingen en reservaatspolitiek op Akwesasne. Een aantal koos voor de traditionele oplossing: stemmen met de voeten oftewel vertrekken. Zij vestigden zich in september 1993 op Kanatsiohareke, een klein Mohawk reservaatje in het oude hartland van de Mohawk. Het gebiedje wordt bestuurd door een traditionele chief. De Mohawks proberen daar rond te komen van onder andere akkerbouw, veeteelt (koeien en paarden,waaronder een Appalousa-kudde) en de verkoop van Indiaans handwerk.

Literatuur

Hornung, Rick (1991)

One nation under the gun, inside the Mohawk civil war Toronto (Stoddard Publishing Co. Limited).

Snow, Dean R. (1994)

The Iroquois Oxford & Cambridge [USA (Blackwell).

Internet

Afbeeldingen