TatoeŽren

TatoeŽren bij de Irokezen en naburige stammenKiva_logo

Door Frans L. Wojciechowski

Kivadonateur R.M. Wentink uit Zevenaar vroeg ons of er literatuur bestaat  over tatoeŽren bij de Indianen. Hij wilde vooral graag informatie over tatoeŽren bij de Irokezen (Iroquois).

Beste R.M. Wentink, je vraagt betreft nogal een 'moeilijk'  onderwerp. In de gebruikelijke Indianenliteratuur is er namelijk nauwelijks iets over het onderwerp te vinden. In mijn persoonlijke Indianenbibliotheek staan meer dan 30  boeken over de  Irokezenstammen. Ook daarin stond niets over tatoeŽren, of werd  het onderwerp alleen maar even zijdelings genoemd. Ik ben echter nog wat blijven doorzoeken en  in het Northeast deel van het Handbook of North American Indians uit 1978 vond ik in het artikel getiteld 'Northern Iroquian Culture patterns  (Fenton 1978, blz. 303 en  306) een aantal literatuurverwijzingen over tatoeŽren  bij de Irokezen namelijk Bruyas (1863, blz. 82), Bond (1952) en Lafiteau (1724, deel 2, blz. 38). De volledige  literatuurgegevens hiervan staan achter dit  artikel. In het werk van Lafiteau schijnt verder ook de tatoeŽertechniek van de  Irokezen kort beschreven te staan en in het  boek van Bond staan de portretten  van vier (getatoeŽerde) Irokezenopperhoofden die in 1710 in Londen waren.

Fenton meldt verder nog dat in vroeger tijden met name bij de Mohawk stam van  de  Irokezenbond de krijgers zo uitbundig getatoe√ęerd waren dat ze wandelende exposities van tatoeerkunst leken. Geometrische motieven, het zogenaamde 'double  curve' motief en de clantekens waren favoriete tatoeage onderwerpen. De  borst, schouders en het gezicht waren de plekken waarop de tatoeages meestal   aangebracht werden. Voor het aanbrengen van de tatoeages maakte men gebruikt van  een benen 'awl' - een klein, puntig werktuig dat ook gebruikt wordt om gaatjes   in leer te maken (een soort schoenmakersels). De wondjes werden daarna ingewreven met houtskool.

In de dissertatie van Regina Flannery, getiteld "An Analysis of coastal  Algonquian  culture" (Flannery 1939, blz. 50-51), staan nog enkele andere  literatuurverwijzingen over tatoeŽren bij de oostelijke Algonkinstammen en hun  buurstammen, de  Irokezen. Hier kunnen we lezen dat o.a. in een artikel in het  Journal of American Folklore uit 1896 wat meer gegevens over tatoeŽren bij de  Mohawk Indianen te vinden zijn op blz. 220 (Beauchamp 1896).

Tot slot een beschrijving van een tatoeage bij de Delaware Indianen, een buurstam  van de Irokezen. Deze gegevens stammen uit een boek van missionaris  John Heckewelder, dat door hem in 1819 gepubliceerd werd na jarenlange  missiearbeid  onder de Delaware Indianen van Pennsylvania en omstreken. Zelf heb ik de fotostatische herdruk van de 'New and Revised Edition' uit 1876, alwaar de bedoelde  informatie staat op blz. 205-206: "As late as the year 1762, when I  resided at Tuscorawas on the Muskingum [River], tattooing was still practised by  some  Indians; a valiant chief of that village, named Wawundochwalend, desirous  of having another name given him, had the figure of a waterlizard engraved or tattooed  on his face, above the chin, when he received the name Twakachshawsu,  the water lizard. The process of tattooing, which I once saw performed, is quickly done and  does not seem to give much pain. They have poplar bark in  readines burnt and reduced to a powder, the figures that are to be tattooed are marked or designed on  the skin; the operator with a small stick, rather larger than a comon match, to the end of which some sharp needles are fastened, quickly  pricks over the whole so that  blood is drawn, then a coat of this powder is laid and left to dry. Before the whites came into this country, they scarified themselves with sharp flint stones, or pricked  themselves with the sharp teeth  of a fish".

Literatuur:

Beauchamp, William M. (1896).

Mohawk Notes.

Journal of American Folklore, volume 8, blz. 217-221.

Bond, Richmond P.(1952).

Queen Anne's American Kings.

Oxford, England: Clarendon Press.

Bruyas, Jacques (1863).

Radices verborum iroquaeorum.

(Shea's Library of American Linguistics volume X). New York: Cramoisy Press.

(Aangezien dit werk in het Latijn geschreven is en bovendien enorm zeldzaam  is,  vrees ik dat je van deze literatuurverwijzing niet veel wijzer zult  worden)

Fenton, William N. (1978).

Northern Iroquoian culture patterns.

In: Bruce G. Trigger (Ed.). Handbook of North American Indians, volume 15:  Northeast , blz.296‚Ä“321. Washington: Smithsonian Institution.

Flannery. Regina (1939).

An Analysis of Coastal Algonquian Culture.

Washington D.C.: The Catholic University of America Press.

Heckewelder, John (1876).

History, Manners and Customs of the Indian Nations who once inhabited   Pennsylvania and the neighboring states. New and Revised Edition.

Philadelphia: The Historical Society of Pennsylvania. (herdruk: Arno Press Inc.,  1971).

Lafiteau, Joseph-Francois (1724).

Moeurs des sauvages americains, comparees aux meours des premiers temps. 2  volumes. Paris: Saugrain L'aine.

(Van dit werk zijn van tijd tot tijd herdrukken verschenen, evenals  vertalingen in het  Engels en Nederlands. Bij mijn weten is er vrij recent nog een herdruk van de Engelse vertaling verschenen en is die nu nog te krijgen.  Sommige Nederlandse  bibliotheken hebben bovendien nog stokoude exemplaren van de 18e eeuwse Nederlandse vertaling).

De Kiva 34e jaargang no. 1, januari-februari 1997, copyright de Kiva.